Open dag trekt 2000 bezoekers
Aansluiten in een lange rij wachtenden. Zo'n 2000 nieuwsgierigen uit vooral Sittard grepen de kans om het 'oude' kloosterkwartier van binnen te bekijken.
De hemel lijkt aan scherven. Enorme gaten in muren en vloeren. Loshangende contactdozen, loze leidingen. In de voormalige kapel op de eerste verdieping van het Dominicanenklooster, staat de trap die ooit naar het plechtstatige preekgestoelte leidde, als een stille getuige in een vertrapt hoekje. Het licht dat door een rozet binnenvalt, zorgt tenminste nog voor enige betovering in de kale ruimte.
Veel, heel veel mensen proberen tijdens een rondleiding door het intrigerende kloosterkwartier in hartje Sittard nog een beetje de sfeer op te snuiven van het rijke kloosterleven dat zich er ooit afspeelde. Het is dringen bij de ingang. In plaats van de verwachte 500 bezoekers verdringen zich zaterdag zo’n 2000 liefhebbers bij de befaamde groene poort aan de Oude Markt.
Zeven gidsen leiden ieder kwartier circa 40 á 50 belangstellenden rond. Nostalgie troef. Momenten van herkenning. Jo Maas vindt in de donkere gewelven onder het Dominicanen- en Ursulinenklooster het (recreatie)zaaltje waar in 1964 zowat de eerste zaalhandbalescapades van Sittardia begonnen. "Verrek, hier hebben we nog getraind voordat in 1966 de eerste hal werd gebouwd. Tja en die twee rijen met ijzeren pilaren, die stonden er toen ook. Geweldig om dit nog eens te zien."
De kloostercomplexen met hun typische lange gangen, hoge plafonds en grote ruimtes, zijn in de loop der eeuwen flink uitgedijd. Zowel in de breedte als in de hoogte. Het kilometerslange gangenstelsel heeft iets weg van een labyrint. Een doolhof waarin met de realisatie van een vier- of vijfsterrenhotel, vijftien exclusieve appartementen, een restaurant en exclusieve winkeltjes binnenkort nieuwe structuur wordt aangebracht door Laudy Bouw & Ontwikkeling, als erfgenaam van 'de lege hemel'.
Kil, kaal en leeg. Eigenlijk herinneren alleen de brandgeschilderde ramen in het monumentale complex nog aan het religieuze verleden. "Natuurlijk is ons gevraagd of we nog een geheime gang hebben ontdekt tussen het broeder- en zusterklooster", lacht projectmanager en tijdelijke gids Jan Drummen. "Maar helaas. Afgezien van drie heel oude, dichtgemetselde toiletten, waarvan de zitplank zowat was vergaan, hebben we geen gekke dingen aangetroffen. Geen geheime gang in elk geval." Waarop een van de aanwezigen, een oud-leerlinge van het Ursulinen-internaat zachtjes prevelt: "Als muren toch eens konden spreken..."
